Back to Top

Kent u nog uw bestuurdersaansprakelijkheid? - 27/10/2015

Een vennootschap handelt via zijn organen, zaakvoerders of bestuurders, en in principe zijn deze niet gebonden door de verbintenissen van de vennootschap. Uiteraard voor zover de bestuurder of zaakvoerder binnen de perken van zijn mandaat handelt. Zoniet is hij of zij  persoonlijk aansprakelijk.

Er zijn 2 soorten aansprakelijkheid. De eerste betreft de aansprakelijkheid ten aanzien van de vennootschap zelf en de tweede is een aansprakelijkheid ten aanzien van derden.

 

  • De aansprakelijkheid ten aanzien van de vennootschap

Een bestuurder/zaakvoerder dient zijn mandaat met de nodige zorgvuldigheid te vervullen. Wanneer hij fouten maakt in de hem opgedragen taak dan heeft de vennootschap een verhaalrecht op zijn lasthebber. Dit betreft een individuele aansprakelijkheid van de bestuurder/zaakvoerder. De overige bestuurders/zaakvoerders zijn niet medeaansprakelijk voor de fouten van hen.

Of de zaakvoerder/bestuurder een fout zou hebben begaan of onzorgvuldig zou hebben gehandeld behelst een marginale toetsing. Dit impliceert dat de zaakvoerder/bestuurder alle beleidsvrijheid beschikt en er pas sprake is van een fout of onzorgvuldigheid wanneer hij een handeling stelt die een normaal, zorgvuldig denkend bestuurder, geplaatst in diezelfde omstandigheden op dat moment en op basis van de gegevens waar hij toen over beschikte niet zou stellen. Een voorbeeld van een bestuursfout is bijvoorbeeld speculeren met vennootschapsgeld.

Eenmaal de bestuursfout is vastgesteld, moet de schade en het oorzakelijk verband tussen schade en fout worden aangetoond. Volgens Cassatie is er een voldoende oorzakelijk verband indien de schade nooit was ontstaan zonder de fout van de bestuurder.

Het is enkel de algemene vergadering, bij gewone meerderheid,  die kan beslissen om een bestuurder al dan niet aansprakelijk te stellen. Onmiddellijk volgt hieruit het belang van een geldige kwijting aan de zaakvoerder/ bestuurder. Immers, een dergelijke vennootschapsvordering kan enkel worden ingesteld indien de zaakvoerder/bestuurder geen rechtsgeldige kwijting heeft verkregen.

Bestuurders kunnen tot 5 jaar na hun fout aansprakelijk worden gesteld, tenzij ze hun fout met opzet verborgen hebben gehouden. In het laatste geval begint de termijn van vijf jaar pas te lopen vanaf de ontdekking van de fout.

 

  • De aansprakelijkheid ten aanzien van derden

Hieronder onderscheiden we een algemene aansprakelijkheid als bestuurder en een bijzondere aansprakelijkheid wegens overtreding van het vennootschapsrecht of de statuten.

De algemene aansprakelijkheid als bestuurder vereisen een fout, een schade en een oorzakelijk verband tussen fout en schade.

De fout kan een inbreuk zijn op de wet of een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsnorm. Het gedrag van de bestuurder/zaakvoerder wordt onderworpen aan een marginale toetsing (supra), met als norm een normaal zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden geplaatst.

Een inbreuk op de wet, bv. het niet opmaken of neerleggen van de jaarrekening leidt automatisch tot een fout.

De schade van een derde wordt beperkt tot de voorzienbare schade.

En ook hier geldt er een voldoende oorzakelijk verband met bestaan tussen de schade en de fout.

Zijn al deze voorwaarden vervuld dan kan een derde de bestuurder aansprakelijk stellen voor diens bestuursfout.

 

De bijzondere aansprakelijkheid inzake de overtreding van de vennootschapsrecht of statuten, betreft een hoofdelijke aansprakelijkheid. Dit impliceert dat alle bestuurders samen aansprakelijk zijn tenzij ze kunnen aantonen dat ze geen deel hebben uitgemaakt van deze inbreuk en zij meteen nadat zij er kennis van hebben gekregen, deze inbreuk hebben aangeklaagd op de eerstvolgende algemene vergadering.

Voor de bestuurdersaansprakelijkheid inzake faillissement, belastingen, … verwijzen we naar navolgende nieuwsbrieven.

Voor eventuele verdere vragen of informatie, kan u ons altijd contacteren.